RSS Feed - Low Noise | Double Coating
28 Feb
2012

Bruut! is bruut.

Ik had afgelopen donderdag het genoegen de band Bruut! op het podium van de Supermarkt te zien spelen. De compacte viermansformatie heeft net een cd uitgebracht op DOX records, thuis van o.a. Benjamin Herman en New Cool Collective. Dat ik van de verschillende artiesten op het label juist Herman en NCC noem is niet toevallig, de sound van Bruut! vertoont namelijk overeenkomsten met de muziek van de NCC in kleine bezetting. En ook de stijl van Maarten Hagenhuis heeft diezelfde felheid (en soms schorre toon) die het spel van Herman zo lekker urgent maken. Maar van kopiëren is hier geen sprake, Hagenhuis speelt érg soepel en heeft een vlotheid waar Herman nog een puntje aan kan zuigen.
De man die Hagenhuis zowel op plaat als op het podium van repliek moet dienen is Folkert Oosterbeek, de man achter de hammond. Oosterbeek strooit wat minder met de noten, hij speelt gedoseerd en stuwend en creëert zo een heel eigen geluid. Ook drummer Felix Schlarmann laat tijdens het concert zien dat hij op een uiterst ontspannen manier superlekkere solo’s kan weg geven, op de plaat is hij helaas wat minder aanwezig (met solo’s). En last but not least zorgt Thomas Rolff op contrabas voor een uiterst solide en strakke onderkant en op de cd laat hij op Sloon horen dat hij ook goed overweg kan met de strijkstok.
De nummers op de cd hebben allemaal de lengte van een popsong, live wordt er wat langer gesoleerd maar de band houdt het lekker compact. Dat blijkt een slimme keuze want het overwegend jonge publiek, dat in de Supermarkt  niet vaak op jazz wordt getrakteerd, reageerde enthousiast.
Hun cd (afgezien van een 45 van hun single Surf helaas niet op vinyl verkrijgbaar) blijkt een mooie afwisseling van stijlen, van de swingende opener Bounce en het bluesy Bumper tot het bopperige Sly en het dromerige Sloon. Alle tracks klinken vertrouwd maar weten toch elke keer te verrassen en dat is een heuse prestatie!
En als dat dan ook nog op het podium wordt gepresenteerd met een flinke dosis plezier dan heb je een goede avond! Binnenkort ongetwijfeld te vinden op de internationale jazzpodia, dus ga snel nog even kijken voordat ze zijn gevlogen.

Bruut! – Bounce

PS. Zowel op de cd als de website van de heren is bijna geen achtergrond informatie te vinden. Daar mag wel wat aan gedaan worden…

14 Feb
2012

Love is…

Valentijnsdag komt altijd een beetje zoetig op mij over, dat gedweep met rozen en hartjes, het is niet echt mijn ding. Ik word er een beetje recalcitrant van en dus lijkt het mij juist wel lekker om vandaag een lijst met tracks samen te stellen die over de keerzijde van de liefde gaat. Liefdesverdriet, ellende, vreemdgaan… het ligt allemaal aan de basis van een hele reeks prachtige nummers. De kunst viert blijkbaar hoogtij bij een gebrek aan liefde of genegenheid dus misschien moeten we eens een anti-valentijnsdag introduceren?

Ik trap alvast af met de volgende nummers:
Betty Harris – The trouble with my lover
Little Willie John – Why don’t you haul off and love me
Marvin Gaye – It’s Love I Need 
Otis Redding – Free Me
Ann Peebles – Love played a game
Etta James – Sunday kind of love
Eddie Floyd – I’ve Got To Have Your Love
Lee Rogers – Love Can Really Hurt You Deep
Howard Tate – Part-Time Love
Clarence Carter – Part-Time Love
Candi Staton – You Don’t Love Me No More
James Carr – That’s The Way Love Turned Out For Me

30 Jan
2012

Clarence Carter – This is…

In 1968 brengt de blinde Clarence Carter in zijn 32ste levensjaar zijn debuut This is Clarence Carter uit. Voor de mensen die Carter kennen weten dat zijn lekker lage stem, bekende ‘chuckle’ en een funky backbeat zijn handelsmerk zijn. Daarom is de openingstrack van het album altijd weer een verrassing: het door Jimmy Webb geschreven Do what you gotta do.
Het is een melancholiek nummer dat een duidelijk ‘blanke’ signatuur heeft, het is echt een popliedje. Dit zorgt met die zwarte stem van Clarence voor een prachtig contrast dat duidelijk niet onopgemerkt is gebleven. Want later hebben zowel Nina Simone als Roberta Flack hun eigen (veel langzamere) versies gemaakt die wat mij betreft deze versie niet kunnen overtreffen. Het is juist die down to earth interpretatie van Clarence die deze versie zo bijzonder maakt. Hij maakt er duidelijk geen drama van, geheel volgens de blues-traditie van zijn voorbeelden John Lee Hooker en Lightnin’ Hopkins.
Clarence Carter – Do What You Gotta Do

24 Jan
2012

Syl Johnson & Otis Clay

Ik werd vorige week ingehaald door de tijd. Terwijl ik luisterde naar het prachtige Fool that I am van Etta James besloot ik op deze website een stukje aan haar prachtige muziek te wijden. Twee dagen later verscheen het bericht dat zij was overleden. En aangezien ik het nut er niet van in zie de prachtige en uitgebreide artikelen uit de verschillende kranten nog eens dunnetjes (en slechter!) over te doen, heb ik het maar gelaten en mij beperkt tot een extra rondje voor haar muziek op de draaitafel.

Het is natuurlijk een alomvertegenwoordigd fenomeen in de muziekwereld: een in memoriam van een artiest die in lang vervlogen tijden zijn / haar hoogtepunt beleefde maar wel van ‘cruciaal belang’ was in de ontwikkeling van de een of andere muziekstroming. Nu wil ik natuurlijk niet klinken als een azijnpisser maar het zou terecht zijn om wat aandacht aan deze mensen  te besteden als ze nog albums maken en optreden.

Gelukkig gebeurt het de laatste jaren regelmatig dat artiesten, door de vele reissue labels, bij leven alsnog de erkenning krijgen die ze verdienen. Zo heeft het inmiddels bekende en zeer actieve Numero Label een verzamelbox uitgebracht van Syl Johnson met daarop prachtige tracks als Different strokes. Op de een of andere manier hebben zijn albums hem nooit de bekendheid gebracht die hij, zeker volgens Syl zelf, gezien zijn staat van dienst zou moeten hebben. Deze prachtig uitgevoerde box bevat op zes platen en vier cd’s al zijn werk van begin jaren 60 tot aan de periode die hij doorbracht bij het label Hi Records (vanaf 1973).

Op Hi Records brengt Johnson in de jaren zeventig vier albums uit waarvan ik het fantastische Total Explosion (I only have love) het hoogst waardeer. Alle vier de albums worden geproduceerd door Willie Mitchell, het muzikale brein achter Hi Records. Mitchell produceert voor hetzelfde label ook het beste werk van Al Green en de albums van artiesten zoals Ann Peebles en O.V. Wright. Er komt een hele reeks prachtige albums uit die allemaal, behalve dezelfde producer, ook dezelfde backing band delen: The Hi Rhythm Section. In de band zitten de drie Hodges broers die samen met Al Jackson (later Howard Grimes) en wat blazers van het Stax label die kenmerkende sound van het label creëren. De hoge ‘hit potentie’ van deze bijzondere mix bezorgt Al Green wél een sterrenstatus. Johnson zet zijn carriè met heel wat minder succes voort en dat heeft hem altijd dwars gezeten. Gelukkig kan hij vanaf de jaren negentig, doordat de hiphop community zijn muziek in samples gebruikt (o.a. Ol’ Dirty Bastard), veel later wel de financiële vruchten van zijn inspanningen plukken. Dit is waarschijnlijk een van de redenen dat Johnson medio jaren negentig zijn restaurant vaarwel zegt en weer gaat touren en de studio in duikt.
(Blogger Oliver Wang van Soul Sides heeft aangekondigd binnenkort een interview met Syl online te zetten!)

In dezelfde periode dat Syl zijn platen uitbrengt op Hi, neemt Otis Clay ook een aantal platen onder de bezielende begeleiding van Mitchell op. De sound is gelijk aan die van Johnson maar waar Johnsons stijl wat meer uit de blues voortkomt, hij speelt gitaar en mondharmonica, zit er bij Clay wat meer soul in. Een van deze albums is Trying to live my life without you waarmee hij een bescheiden hit scoort met de titeltrack. De laatste track van het album is wat mij betreft de mooiste: Too Many Hands.

Otis Clay is platen blijven maken maar kwam kort geleden ineens weer op een interessante manier in de belangstelling. Op het tweede album Got To Get Back! van The Bo-Keys: een band die bestaat uit enkele Hi Records en Stax muzikanten waaronder Howard Grimes. Zij brachten dit album het afgelopen jaar uit met daarop een bijdrage van Otis Clay in het titelnummer Got to get back (to my baby).

De recensenten die het te pas en te onpas hebben over een Soul ‘revival’ hebben het duidelijk niet begrepen. Goeie soul is nooit weg geweest, dat er een handje mainstream artiesten inspiratie putten uit het genre, wil natuurlijk niet zeggen dat het terug van weg geweest is. Vraag maar aan Otis en Syl… Syl slaat je waarschijnlijk voor je bek voor het uitkramen van zulke onzin.

You need to a flashplayer enabled browser to view this YouTube video

You need to a flashplayer enabled browser to view this YouTube video

11 Jan
2012

Betty Harris – All I want is you

In 1969 bracht Betty Harris ‘There’s a break in the road‘ op single uit. De door Allen Toussaint geproduceerde single is inmiddels al op vele New Orleans verzamelaars voorbij gekomen, waaronder New Orleans Funk van SoulJazz Records. Op de b-kant van deze single staat de track All I want is you, een mid-tempo love song die lang niet zo bekend is maar minstens net zo goed is. Maar dat kan ook bijna niet anders met Allen als producer en The Meters als begeleidingsband. Alle nummers die zij uitbracht op het label van Toussaint, Sansu Records, kan je trouwens op de verzamelaar Soul Perfection (Plus) vinden.

Betty Harris – All I want is you